Incubatietijd
2-12 dagen, gemiddeld 4 dagen.
Omdat zowel de primaire infectie als reactivatie symptoomloos kunnen verlopen is iemand die de infectie heeft gehad levenslang potentieel besmettelijk, ook als deze geen klachten heeft.
Ziektebeeld
De meerderheid (ong. 60%) van de primaire HSV 2 infecties verloopt asymptomatisch, bij vrouwen verloopt het vaker symptomatisch dan bij mannen.
Bij een symptomatische primo-infectie hebben vrouwen meer dan mannen een prodromale fase, bestaande uit koorts, malaise en spierpijn. Bij vrouwen ontstaan daarna klachten van pijn, jeuk, dysurie, vaginale afscheiding en regionale lymfadenopathie. Bij mannen komen ook urethritisklachten voor en kan de mictie zodanig pijnlijk verlopen dat urineretentie optreedt.
Na 6 tot 7 dagen ontwikkelen zich de huid- en slijmvliesafwijkingen soms met helder vocht gevulde blaasjes. De laesies duren bij een primo-infectie 7-28 dagen en genezen zonder littekens. Laesies kunnen ook atypisch zijn, bv fissuren, furunkels, plaatselijke erytheem, lineaire ulceraties of excoriaties.
Recidieven
De frequentie van de recidieven wisselt sterk, afhankelijk van het virustype en de lokalisatie. Bij de meeste patiƫnten is er een afname in de tijd en in ernst, maar dit patroon is zeer variabel. Bij HSV-2 neemt het aantal recidieven af na het eerste jaar, maar blijft daarna vrij constant gedurende jaren.
Complicaties
Deze treden vrijwel alleen op bij een primaire infectie met HSV-1 of HSV-2. Een voorbeeld is aseptische meningitis (nekstijfheid, hoofdpijn en fotofobie), die vaker bij HSV-2 dan bij HSV-1 voorkomt. Ook kan autonome dysfunctie of myelitis transversa optreden.
Symptomen van de autonome dysfunctie kunnen zijn: hyperesthesie of anesthesie in de lumbale of sacrale regio en urine retentie of obstipatie.
Voor meer informatie zie: LCI RIVM richtlijnen herpessimplex
Moleculaire diagnostiek
De meest gevoelige methode voor het aantonen van een actieve herpes genitalis infectie is een PCR op een uitstrijk van de leasie. Er wordt eerst een algemene PCR voor HSV gedaan, indien deze positief is wordt aanvullend gekeken of het om een HSV 1 of HSV 2 infectie gaat.
Serologie
Om te bepalen of iemand ooit een infectie met HSV 2 heeft doorgemaakt kan men gebruik maken van het aantonen van type-specifieke IgG antistoffen. Voor de IgM antistoffen kan niet voldoende betrouwbaar een onderscheid worden gemaakt tussen type 1 en 2.
Typespecifieke serologie kan relevant zijn bij zwangeren, wanneer sprake is van verdenking op een primaire infectie aan het eind van de zwangerschap (vaginale partus of sectio) of om de serostatus te bepalen van een zwangere wanneer (anamnestisch) sprake is van genitale herpes bij haar partner (preventie infectie zwangere)
Behandeling
De indicaties voor behandeling bij herpes genitalis zijn een primo-infectie en hinderlijke recidieven.